In “Het Krantje” (26 augustus 1988) werd aangekondigd dat Uilenspiegel met toneellessen voor jongeren van 8-12 jaar zal starten vanaf oktober op woensdagnamiddag o.l.v. Joke Vandueren en op zaterdagvoormiddag o.l.v. Herman Degelin. Er schreven 32 (!) jongeren in (2 groepen van 16 was de maximale bezetting) en na een periode van ademhalingsoefeningen, lessen in stemgebruik, beweging en dans, begonnen ze aan improvisatie die uiteindelijk leidden tot een definitieve tekst.
Op zondag 4 juni 1989 om 15.00 u had de eerste voorstelling plaats onder de titel “Fantasia”, dat bestond uit twee delen: “Krielekrielekriebels in de kelder” en “Het Pakjesfeest”.
“Het Krantje” (22 september 1989) meldt dat de toneelklas voor 10- tot 13-jarigen (weer met 32!) opnieuw wordt ingericht. Onder de leiding van Dominique Ducomble en Herman Degelin werd weer een heel seizoen gewerkt tot “Hemeltje lief … wat een gedonder in Bommerskonten” (weer een eigen werkstuk ontstaan vanuit improvisatie rond bepaalde figuren en situaties, vertrekkend van teksten) kon opgevoerd worden op vrijdag 5 oktober 1990 werd het pas op/met eigen krachten vernieuwde podium ingespeeld, wat meteen de inzet was van de viering “Uilenspiegel 35 jaar jong”.
In het derde werkjaar (1990-1991) werd uitgekeken naar externe begeleiding omwille van de zware taakbelasting. Zo kwam Uilenspiegel bij vzw Juogo terecht in de persoon van Dirk Mosselmans die voor de twee groepen koos voor de bewerking van twee boeken. De allerjongsten (tot 12 jaar) speelden op zaterdag 1 juni 1991 “Matilda” van Roald Dahl en de ouderen (12 tot 14 jaar) speelden “Villa des Roses” van Willem Elsschot. Ze waren nog steeds met 30!
Zaterdag 19 september 1992 startte Uilenspiegel terug een cursus toneelspelen voor jongeren vanaf 16 jaar o.l.v. Jenny Van Hoey. Er werd geoefend elke zaterdag van 10 tot 12 uur. De jongeren van het toneelateljee treden op naar aanleiding van de 5de Uilenspiegeltrofee op 5 maart 1993.
Vrijdag 15 oktober 1993 kan beschouwd worden als de definitieve doorstart van het Toneelateljee omdat met de komst van Magda Van der Aa Uilenspiegel een begeleidster had gevonden die gedurende verscheidene jaren de jongeren (vanaf 14 jaar) wist te boeien. Gedurende een gans jaar werd er aan “Pedagogie … pedagogo” gewerkt, een totaal spektakel met theater, poëzie, dans, zang en heel veel muziek.
De voorstelling van 20 en 21 mei 1994 werd een groot succes voor de 24 jonge acteurs en actrices, van wie sommigen later zouden doorstromen naar de volwassenwerking.
Omwille van het succes werd de productie hernomen op 1 oktober 1994 als “Theaterdag”, het begin van het nieuwe toneelseizoen (het 39ste). De jury van het Provinciaal Toneeltornooi woonde voor de eerste maal deze voorstelling bij. Het was meteen een schot in de roos: einde mei (1995) velde ze het vonnis: uitmuntendheid (de hoogste categorie).
Op 19 en 20 mei 1995 volgde een nieuw totaalspektakel “Feega”, de geheimzinnige wereld van technologie en fantasie. Magda Van der Aa bracht het weer tot een goed einde.
De jeugdige bende (nog 27 man sterk) had de smaak nu echt goed te pakken. “De Golf” (Ron Jones/Wim Verbeke) kwam op de scène met een drietal volwassenen
(nodig omwille van de rolbezetting) en werd een productie die verwarde, ontroerde en het publiek stilmaakte omdat het de vernietigende kracht van het fascisme aan het licht bracht. Er werd gespeeld op 9, 10, 16 en 17 februari 1996, wat niet belette dat enkele maanden later (24-25 mei 1996) het 40ste toneelseizoen van het Toneelgezelschap Uilenspiegel werd afgesloten met een nieuwe productie door het Toneelateljee. “De Blauwe Vogel” van Maurice Maeterlinck, de enige Belgische auteur die ooit de Nobelprijs literatuur won (1911), bracht 31 jongeren op de scène. Bij de opening van het 41ste seizoen werd deze jeugdproductie “De Blauwe Vogel” hernomen. En toen moest het Toneelateljee blijkbaar even op adem komen.
De volgende productie, nog steeds in de regie van Magda Van der Aa, dateert van 19 en 20 september 1997. 25 jongeren hadden het seizoen voordien gewerkt aan “Momo” naar het bekende boek van Michaël Ende (Momo en de tijdspaarders). De jury van het provinciaal Toneeltornooi tekende weer present, met als resultaat
opnieuw “uitmuntendheid”.
“De wereld van Alice” (Lewis Carroll) werd gespeeld op 29 en 30 mei 1998 met 32 jongeren o.l.v. Magda Van der Aa met haar vertrouwd concept van een totaalspektakel met zang en dans. De allerjongsten van mei 1994 stonden zovele jaren later nog steeds in de rolverdeling en hadden ondertussen al heel wat toneelervaring opgedaan,
terwijl een nieuwe ploeg aan het groeien was.
Op vrijdag 18 september 1998 startten de nieuwe initiatielessen voor jongeren vanaf 14 jaar. Vier opeenvolgende vrijdagen, telkens van 18 tot 20.00 u werd er gewerkt aan houding, beweging, stemgebruik en dergelijke. Vanaf 23 oktober zou de nieuwe productie voorbereid worden, alleen wist men toen bij aanvang nog niet wat het zou worden. De première lag in elk geval wel vast op: 21 mei 1999.
29 dapperen stonden uiteindelijk klaar om een herneming te spelen van “Pedagogie … pedagog” op 28 en 29 mei 1999 met een even groot succes als jaren eerder.
Het nieuwe toneelateljee startte op 8 oktober 1999 en werkte aan “Atlantis” door Willy De Wit geschreven voor Playwater Kapellen op den Bos. Toen
Magda Van der Aa net begonnen was aan de montage van het stuk, moest ze noodgedwongen voor maanden afhaken wegens gezondheidsproblemen.
Uilenspiegel zocht en vond in eigen stad Gil Renders (toneelopleiding Maastricht) die de 27 overenthousiastelingen zonder veel moeite kon meeslepen naar een erg creatieve voorstelling op 26 en 27 mei 2000 wat leidde tot een herneming op 21 oktober van hetzelfde jaren om de jury van het Provinciaal Toneeltornooi ter wille te zijn. Einde mei doen zij immers geen jurering meer.

Het hoogtepunt van het 45ste toneelseizoen (2000-2001) moest “Romeo en Julia” worden, in de fel besproken toneelversie van Dirk Tanghe. Trudo Groffie
had dit al elders uitgeprobeerd als schooltoneel, vandaar dat hij de geknipte man was om de 36 ingeschreven jongeren van het Toneelateljee op sleeptouw te nemen, samen met 6 volwassenen omwille van de rolverdeling. Wat eerder al gebeurde bij De Golf (1996). Er volgden 4 fantastische voorstellingen op 9, 10, 16 en 17 februari 2001.

En alsof dit nog niet genoeg was, wilden de jongeren absoluut nog hun eigen ding doen. Leden ze aan zelfoverschatting? Blijkbaar wel, want na een complicaties werd de groep in twee gesplitst. Met een kleinere groep van dertien (de oudsten) werd geïmproviseerd rond “ontmoeten en afscheid nemen” en zo ontstond “Gebroken vazeke met bloemen”
dat gespeeld werd op 4 en 5 mei 2001. Het kreeg zelfs een herneming op zaterdag 15 september als “plat-de-fond” van het Brabantse Theaterfestival in het Uilenspiegeltheater met verder ook nog een optreden van Toneel Heverlee, de Leuvense Reynaertghesellen, de Galmaardse Toneelkring en Toniel Vier uit Leuven.

Groep twee – de dertien jongsten – werkte ondertussen, ook onder de leiding van Gil Renders, aan niets minder dan aan “Macbeth”, misschien wel Shakespeares meest donkere tragedie. De opvoering van 12 en 13 oktober 2001 sloegen in als een bom.

Verderop in het 46ste seizoen (2001-2002) speelden de jongeren, wellicht gestimuleerd door het succes van het Tejaterkaffee bij de volwassenen eveneens een gevarieerd programma op 19 en 20 april 2002 in het Uiltje onder de wel zeer verrassende titel: “Zie die koeien daar nu staan”, met op het kleine podium een levensgrote namaakkoe. Regie: Francis
Vanschoonbeek. Dat ook dit een meevaller was, mag blijken uit de hernemingen op 12, 13 en 14 september waarbij een naar hun doen een kleine groep van elf jongeren actief waren.
De nieuwe cursus startte op 27 september 2002 terug op met 15 enthousiaste jongeren o.l.v. Ariadne Van den Brande (opleiding Herman Teirlinck) enkele maanden opleiding wilde toewerken naar een nieuwe productie op 2 en 3 mei 2003.
Ariadne moest na de opleidingsperiode echter afhaken. Op 13 december nam Hendrik van Eyke uit Vilvoorde over op het moment dat hij nog twijfelde of hij Oedipoes of Antigone zou regisseren, precies op het moment dat een hele ploeg begeleiders klaar stond om het geheel in goede banen te lijden. Vanaf het begin tot dan toe viel het werk meestal op slechts een twee à drie personen.
Maar er rustte blijkbaar een Shakesperiaanse vloek op de jeugdwerking. Hendrik Van Eyke moest na enkele weken reeds opzeggen en Pol Pauwels (Gent) nam uiteindelijk “Antigone” over, opgevoerd op 2 en 3 mei 2003.
Het werd door de omstangdigheden niet direct een topproductie, maar de inzet van alle betrokkenen was dermate groot dat “Antigone” best mocht gezien worden.

Voor het nieuwe seizoen (2003-2004) gingen 13 dynamische jongeren samen in de boot met Inge Liefsoens (Toneelopleiding Maastricht). Gestart in september kwam ze via de vrijdagavondrepetities tot een zeer eigenzinnig (jong, hedendaags) product: “Lilith @ online” van Paul Pouveur gespeeld op 27 en 28 februari 2004.
De jury was weer eens op bezoek (normaal om de drie jaar), wat goed is voor een jaarlijkse subsidie , mits uitmuntendheid wordt behaald. En dat was ook nu weer het geval.

Ann Esch (Véronique Kuypers in Kaat & Co) zou bij het opstarten van de jeugdwerking de teugels in handen nemen en wat willen doen met “Oliver Twist”
met repetities op zaterdagvoormiddag. Na een intense werving stonden weer 23 jongeren klaar bij de start op zaterdag 28 augustus 2004, de meesten zonder enige ervaring.
Oliver Twist werd echter met verve gespeeld op 14 en 15 januari in de regie van Dirk Mosselmans die Ann Esch vanaf einde oktober moest vervangen en ondanks de zoveelste tegenslag toch met een degelijke productie onder de spots kwam.
Dirk engageerde zich om de opleiding van de jongeren verder te zetten, maar dan wel in twee ploegen: één groep op vrijdagavond en één groep op zaterdagmorgen. Ze werkten toe naar een toonmoment op 22, 23 en 24 april 2005.
Deze jarenlange jeugdwerking is slechts mogelijk geweest dank zij de inzet en de bereidwillige hulp van vele volwassenen van wie de meesten jarenlang bij de begeleiding of bij de producties betrokken waren.
Het is een bijna onbegonnen werk al hun namen te citeren. Wel hebben we toch geprobeerd te achterhalen wie bij de wekelijkse begeleiding min of meerdere jaren betrokken is geweest:
Herman Degelin, Joke Vanduren, Dominque Ducomble, Marie Rose Polling, Hans Van Gelder, Lieve Juchtmans, Annie Simons, Emmy Juchtmans, Rigo Spaepen, Patrick Jacobs, Tjeu Brouns, Johan Janssens, Koen Janssens, Greet Swinnen, Hilde Van Dam, Filip Vandueren, Johan Van der Eycken, Marijke Poel, Liesbet Broos, Milo Tulkens, Tinne Gielen en dan natuurlijk Frans Vanhentenrijk die iedereen met raad en daad bijstond.